Inhoud
- Oud Borkel en Schaft
- Borkel en Schaft vroeger
- Van twee kapellen naar één kerk
- Sint Servatiuskerk
- Achelse Kluis
- Met de trein naar Borkel en Schaft
- Molen Sint Antonius Abt
- Het oorlogsmonument
- Burgerplichten
- Volkslied
- Wurrum zeggen we
- History Dorpsraad
Het is bekend dat er al in de dertiende eeuw een handelsroute liep van Antwerpen naar Keulen en van Den Bosch naar Hasselt. In dit transitgebied was Borkel en Schaft gunstig gelegen. Voor de arme, veelal agrarische bevolking in de Kempen een mooie gelegenheid om als voerlui op te treden.
Op de Achterste Brug ligt nog een oude boerderij waarlangs vroeger de postweg liep van Breda naar Maastricht. Zijn nu nog aanwezige achtkantige schoorsteen wees de weg naar deze herberg en halteplaats. Het was ook de plaats waar men kon aanleggen en van paarden verwisselen. |
 |
Volgens C. Kuijsten woonde er ooit een haarteut, die handel dreef op Frankfurt am Main. Bovendien zijn de Borkelse families Heuvel en Verweijen bekend als kaasteuten. Verder waren ook nog koper- en eggelteuten. Het waren handelslui, die hun waren al rondtrekkend aan de man brachten. Ze reisden dikwijls alleen, maar ook vaak in compagnie - dit laatste om beter beveiligd te zijn tegen roofovervallers.
Het bevolkingsaantal van Borkel bedroeg in het jaar 1791 om precies te zijn 251 mensen. Zij woonden verspreid over de huidige buurtschappen de Kapel, de Straot, de Hoek, Heuvel en Klein Borkel. Schaft telde aan het eind van de achttiende eeuw 198 zielen, die woonden in de buurtschappen 't Poterseind en Klein Schaft (dat tot de veertiende eeuw Hemelaershoek heette).
De bewoners van Borkel, dat in die tijd ook wel werd aangeduid als Borckel of Borckell, voorzagen zich in hun onderhoud door middel van akkerbouw. In Schaft woonde ook een aantal teuten, die zich zoals overal elders georganiseerd hadden in compagnieën. Zo'n teutencompagnie bestond uit vier of vijf leden. Schaft had in die tijd ook een zogenaamde Teutenkermis.
terug naar boven
De naam Borkel is ontstaan uit de samenvoegingen van de Germaanse woorden Burgon en Lauha. De betekenis daarvan is berk en bos op hoge zandgrond.
De naam Schaft is afkomstig van het oud Germaanse woord Scaft, dat schaft of staak betekent. Het woord verwijst naar de aanwezigheid van een grenspaal waar Schaft de grens was tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Loon.
In 1810 werden de twee kerkdorpen Borkel en Schaft samengevoegd tot één gemeente. Voorheen hadden de beide kerkdorpen deel uitgemaakt van de gemeente Bergeijk. De nieuw gevormde gemeente zou 124 jaar lang als zelfstandige gemeente voortbestaan.
In 1857 werd een eerste eigen gemeentehuisje gebouwd. Nu is dat in gebruik als woonhuis. Het ligt aan de Dorpsstraat 51 in Borkel. Het kleine gemeentehuis bood genoeg ruimte voor een heuse vergaderzaal en een gevangenis. Die gevangenis werd op initiatief van de veldwachter gecreëerd door een deel van gang als cel in te richten.
Later, in 1897, werd een nieuw gemeentehuis gebouwd naast de toenmalige boterfabriek. Toen ook dat pand te klein werd, werd het oude schoolgebouw, dat door de komst van een nieuwe school leeg stond, in 1917 omgebouwd tot het derde raadhuis van Borkel en Schaft. Op 1 mei 1934 werden Borkel en Schaft en het buurdorp Dommelen toegevoegd aan het dorp Valkenswaard om samen de nieuwe gemeente Valkenswaard te vormen.
terug naar boven
In 1444 werden de kerken van Westerhoven, Dommelen en Borkel afgescheiden van de moederkerk in Bergeijk. Westerhoven werd een zelfstandige parochie met als nevenkerken Dommelen en Borkel. De oudste tekening van de Sint Antoniuskapel in Borkel stamt uit 1444 en is van Hendrik Verhees uit 1789. In de door hem toegevoegde tekst staat:
'Capel te Borkel met het Huijs van den pastoor tegens den gevel gebouwdt 23 junij 1789. Borkel is kerkelijk onder Westerhoven, en moete aldaar begraaven'.
De kapel, die vastgebouw was aan de pastorie en die geen ramen had, moet erg donker zijn geweest. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de kapel van alle katholieke ornamenten ontdaan en gesloten. Het was in de protestante Republiek der Nederlanden, die toen ontstond, voor katholieken verboden hun godsdienst in het openbaar te belijden. Omdat de kapel niet langer als godshuis mocht dienen, werd hij gebruikt als opslagplaats.
De kapel van Schaft ontstond waarschijnlijk tussen 1500 en 1520 en was gewijd aan Sint Petrus Banden. Ondanks het feit dat Schaft op geringe afstand van Borkel ligt, werd een eigen kapel gebouwd omdat elk zichzelf respecterend dorp zijn eigen kapel had. Beiden kapellen werden overigens door dezelfde pastoor bediend. Naast een oude tekening, gemaakt door Hendrik Verhees, schreef hij:
'Capel op de Schaft, met pannen gedekt. Den 18 junij 1791. De Schaft is kerkelijk onder Valkenswaart dog begraave tans op de Schaft'.
|
De kerk met pannen dak had een klein torentje. Links voor de deur bevond zich een raam, aan de rechterkant waren het er twee. Opmerkelijk is dat de relatief grote Romaanse ramen voor het grootste deel waren dichtgemetseld. De kleine openingen zullen ook hier weinig licht hebben doorgelaten. Ook deze kapel werd als gevolg van de Vrede van Münster gesloten. |
Het middeleeuwse Sint-Petrusklokje uit de gesloopte kapel van Schaft kreeg later een plaats in de Achelse Kluis. Nog elke dag klept het om 12.00 uur het Angelus. Ondanks het verbod voor de katholieken om hun godsdienst te belijden verschenen her en der schuilkerken op het platte land, ook wel schuurkerken genoemd.
terug naar boven
In 1810 ontstond de gemeente Borkel en Schaft uit de twee afzonderlijke kerkdorpen, te weten kerkdorp Borkel, én kerkdorp Schaft. De beiden kleine dorpjes, die allebei de beschikking hadden over een eigen schuurkerk, werden afgescheiden van Bergeijk, Westerhoven en Riethoven. Omdat de conditie van beide schuurkerken snel verslechterde werd na veel discussie besloten een grotere nieuwe kerk te bouwen in het midden van beide dorpen op het terrein naast de school. De toenmalige pastoor J. Intven richtte in 1836 een verzoekschrift aan de apostolisch vicaris in Den Bosch om te mogen bouwen.
Voor het kunnen starten van de bouw van de nieuwe kerk was men ook in het midden van de 19e eeuw afhankelijk van het verkrijgen van een overheidssubsidie. Na veel touwtrekken werd uiteindelijk in 1844 bij Koninklijk besluit een bedrag van fl. 6.500 toegekend. Mede ook met aanwending van eigen middelen, afkomstig uit de gelden die vrij kwamen door afbraak van beide schuurkerken, kon met de bouw van de kerk worden gestart.
Uit oude stukken blijkt dat er in die tijd in Borkel 49 en in Schaft 37 gezinnen waren.
In 1840 werd J. Dobbelsteen benoemd tot bouwpastoor. De nieuwe kerk werd toegewijd aan de H. Servatius en kreeg een plaats aan het huidige Mgr. Kuijpersplein in Borkel. Om kosten te besparen werd uiteindelijk gekozen voor de realisatie van een kerk, waaraan de pastorie was vast gebouwd. Op 15 juli 1845 werd de kerk ingezegend en toegewijd aan St. Servatius.
Verbouwingen
Al in 1889 vonden de eerste besprekingen plaats er op gericht de klokkentoren te veranderen. Men wilde graag zware klokken in de kerk aanbrengen. Hiervoor was de bouw van een nieuwe klokken-verdieping nodig. In 1890 werd het plan uitgevoerd en konden de nieuwe klokken worden geluid.
In de periode tot aan de eeuwwisseling werden er diverse verbeteringen in en aan de kerk aangebracht. Zo werden het orgel en het dak van de kerk en pastorie gerepareerd en nieuwe dakgoten aangebracht. In 1899 werd de schansmuur langs de kerk gebouwd en de toegang tot de kerk bestraat.
Vooral rond 1900 kwamen van heinde en ver de pelgrims naar Borkel en Schaft. De speciale verering gold Sint Antonius Abt, de heilige met het varken. Op 17 januari werd in het bijzonder gebeden om gevrijwaard te blijven van de veepest. Op deze dag werd dan ook nog de jaarmarkt gehouden. Naast vee werd er vooral hout verkocht. Op zondag 21 januari 1912 sprak burgemeester Johan Baken zijn bezorgdheid en zijn hoop uit “dat de burgers dezer gemeente zich op dezen dag ordelijk zullen gedragen, zonder te kort te schieten aan de hier in de praktijk zijnde gastvrijheid. Ik wensch van harte de burgers dezer gemeente en ook de vreemdelingen een gepaste ontspanning. Zorg allen dat deze dag geen onaangename gevolgen heeft”.
In 1923 bleek de kerk toch te klein te zijn om alle parochianen te kunnen herbergen. Om deze reden werd de kerk behoorlijk uitgebreid. De kosten van de uitbreiding bedroegen niet minder dan
fl. 33.000. In 1929 werd het gebouw geschilderd en werd er verwarming aangebracht.
Tijdens de oorlog werden de klokken door de Duitsers weggehaald. Vanaf 1943 moest men gebruik maken van enkele kleinere “geleende” klokken.
Oorlogsschade
Wat op zondag 17 september 1944 begon als een mooie zonnige dag, eindigde voor Borkel en Schaft in een tragedie. Op deze dag ging het offensief “Market Garden” van start. Geallieerde tanks begonnen vanuit Neerpelt de tocht naar Valkenswaard. Onderweg stuitten ze op zwaar verzet van de Duitsers. Op het einde van de middag werd de St. Servatiuskerk getroffen door drie raketbommen. De schade aan de kerk was aanzienlijk.
Met vereende krachten begon men de ravage in de kerk op te ruimen. Een maand later kon de kerk weer provisorisch in gebruik worden genomen. De kerk was echter een derde deel kleiner geworden.
De echte herstelwerkzaamheden aan de pastorie vonden plaats in 1947. Het herstel van de kerk liet nog even op zich wachten. In de periode gelegen tussen 1947 en 1948 kon het herstel dan toch worden afgerond en konden de laatste nieuwe ramen worden geplaatst. Vanaf eind 1949 was de nieuw geplaatste grote klok weer overal in het dorp te horen.
In jaren zeventig werd het interieur van de kerk grondig veranderd. De kerk werd aangepast aan de eisen die op dat moment aan een kerkgebouw werden gesteld. Zo werd het grote altaar, waarop de priester met de rug naar de parochianen stond, verwijderd. Het geheel werd strakker en soberder.
Renovatie
In 2010 werd de kerk opnieuw behoorlijk gerenoveerd. De opknapbeurt was nodig omdat medewerkers van Monumentenwacht achterstallig onderhoud hadden geconstateerd. Vooral de toren was hoog nodig toe aan een opknapbeurt. Om deze en andere werkzaamheden te kunnen uitvoeren stond de toren en het priesterkoor geruime tijd in de steigers. De renovatie werd vooral mogelijk gemaakt door de toekenning subsidies van het Fonds Cultureel Erfgoed van de provincie Noord Brabant en het Coöperatiefonds van de RABO bank.
Door de renovatie, die nu is voltooid, kan hij er weer de nodige tijd tegen.
Kapel
Zowel Borkel als Schaft heeft een Mariakapel. De kapel op de hoek van de Sportstraat is in 1922 verhuisd naar de andere kant van de weg. Eerst keek Maria naar het dorp en nu groet ze de mensen die Borkel komen bezoeken.
terug naar boven
In 1656 werd aan pastoor Tielens uit Valkenswaard grond geschonken in de Beverbeekse Heide. Hier verrees een grenskapel tussen het Zwartven en het Kerkeven. In 1673 vermaakte pastoor Tielens zijn onroerend goed aan de Armen van Verkensweerde (Valkenswaard).
In 1686 kocht Peter van Ennetten (Eynatten) uit Eindhoven het oude Weerderhuys - liggende onder Achel en Leende - van de Armen van Valkenswaard voor f. 60,-. Deze Peter van Ennetten is de stichter van de latere Achelse Kluis. Op 15 november 1793 overleed Petrus Wijnants van Annetten in de Hermitage van Achel.
In de Franse tijd is 'De Kluis' opgeheven. Pas in 1846 werd hij opnieuw bevolkt en wel door 27 Trappisten uit Meerseldreef. Dit aantal liep later op tot 128 personen. Vanaf 1980 is de Kluis grondig uitgebreid.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de paters en de broeders, op enkelen na, van de Kluis verdreven en zochten een onderkomen in andere kloosters en in het kippenhok op hun eigen terrein, op Nederlands grondgebied. In 1916 werden hun activiteiten nog verder bemoeilijkt door de elektrische draadversperring, die door de Duisters dwars door hun bezittingen werd aangelegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de paters nog een rol gespeeld bij het doorsluizen van geallieerden naar België. Na de wederopbouw ging het voorspoedig tot in de jaren zestig. Aan de terugloop, zoals elders binnen de katholieke kerk, ontkwam ook de Kluis niet. Door ouderdom en geringe aanwas liep het aantal monniken drastisch terug. Tegenwoordig worden op de Kluis vaak bezinningsweken of -weekeinden gehouden. De belangstelling hiervoor is erg groot.
terug naar boven
De in 1866 in gebruik genomen spoorlijn Eindhoven - Achel, ten oosten van Schaft, werd in 1921 voor Borkel en Schaft belangrijk, omdat een stopplaats werd toegevoegd ter hoogte van Schaft. Oorspronkelijk werd driemaal daags een extra trein van Valkenswaard naar Schaft ingelast. Hierdoor waren zowel de Achelse Kluis als het dorp Borkel en Schaft voor reizigers veel makkelijker te bereiken.
Omstreeks 1938 werd de stopplaats voor reizigers opgeheven. Het goederenvervoer bleef gehandhaafd tot in de jaren zeventig. Toen werd de complete lijn Eindhoven - Geldrop - Achel opgeheven. Ook de stopplaats, die niet langer een functie had, verdween. Sinds 1948 loopt de busdienst van Eindhoven via Borkel en Schaft naar Achel.
terug naar boven
In de vijftiende en zeventiende eeuw wordt al gesproken over een watermolen aan de Dommel in Borkel en Schaft. Op een kaart van Blaue uit 1644 wordt, volgens Nico Jurgens, een watermolen vermeld.
Ook ing. P. van Brussel spreekt van een watermolen als kostbaar bezit.
Voorafgaand aan het mogen bouwen van de graanwindmolen Sint Antonius-Abt in 1865 zijn er nog twee eerdere pogingen geweest. Michiel Boermans, een timmerman uit Schaft, heeft geprobeerd een koren- en boekweitwatermolen te bouwen aan de Dommel. De toestemming van acht boeren uit Borkel verkreeg hij op 4 maart 1837.
De bouw is hoogstwaarschijnlijk niet doorgegaan, want op 12 augustus 1840 wilde Christiaan Claassens, een molenaar uit Westerhoven, een wind-, koren-, boekweit- en pelmolen plaatsen. Hij had zich er al van verzekerd dat de buren geen bezwaar hadden. Uiteindelijk werd ook deze molen niet gebouwd.
|
Theodorus van Driel, een molenaarszoon uit Someren, kreeg in 1865 een vergunning tot het 'oprigten van eenen graanwindmolen'. In mei had hij een stuk heide gekocht en in oktober werd al het eerste meel gemalen.
Na eerst verpacht te zijn geweest werd de molen in 1872 verkocht aan Paulus Loos, molenaar op Venbergen in Valkenswaard. |
Tot 1912 bevolkten twee generaties Loos de molen. Daarna volgen de molenaars elkaar snel op, want in 1924 kwam Sebastiaan Pools: hij was de negende. Hij bleef er tot na de Tweede Wereldoorlog. Na hem kwamen er nog drie. In 1959 kocht de twaalfde en laatste molenaar, de heer P. Vossen, de nog geen honderd jaar oude molen. Na een brand in 1935 was de molen grondig opgeknapt. Na een restauratie in 1967 werd de molen opgenomen op de rijksmonumentenlijst.
Vóór de derde restauratie, in 1990, was de molen Sint Antonius-Abt in handen van de gemeente Valkenswaard. Op dit moment wordt hij bemalen door vrijwillige molenaars. De volledige geschiedenis van de molenaarsfamilies is te lezen in een boekje in de molen zelf. Tijdens de openstelling van de molen is een kruikje oud kruidenbitter te koop, speciaal gebotteld voor de Stichting molen St. Antonius Abt in Borkel en Schaft.
terug naar boven
Het oorlogsmonument is gelegen aan de Luikerweg op de hoek van de Oude Dorpsstraat. Deze lokatie is niet toevallig. Tijdens de laatste dagen van de oorlog vond hier een ontmoeting plaats tussen enkele Engelse verkenningstroopers en de toenmalige bewoners van het nabij gelegen café. In de oorlog was dat de familie Van Steenbergen. Deze familie heeft een rol gespeeld in het verzet. Zij maakten ook deel uit
van de pilotenlijn, die neergestorte geallieerde vliegers over de grens naar België smokkelde.
Deze familie was het ook die, in 1 944 op 1 1 september een week voor de bevrijding van Valkenswaard, op 17 september 1944, de eerste Engelsen voor een korte tijd bij hen in huis mochten begroeten.
Vijftig jaar later, in 1 994 bezochten dezelfde Engelsen opnieuw deze uitspanning. Dit keer in het kader van de viering van 50 jaar bevrijding. Bij die gelegenheid werd tegenover het toenmalige café Rustoord het Borkel en Schaftse oorlogsmonument door hen onthuld.

Het café onderging in de periode daarna verschillende naamsveranderingen.
van Café "RUSTOORD" naar "Benelux", "Het Wit Perd" , "’t Heertje" en nu "" Suykerbuyck"".Allerlei namen heeft het bewuste café al gehad.
Het is gebouwd in 1928 en het heeft een zg. Franse kap, ofwel een mansarde dak.
Gelegen op de hoek van de Oude Dorpstraat en de Luikerweg.
Het was eigendom van brouwerij "De Zwaan" in Valkenswaard. Tot 1937 werd het café uitgebaat door de familie P. Moonen.
In oorlogstijd werd café "Rustoord" bewoond door de familie van Steenbergen en zij hebben een rol gespeeld in het verzet door o.a. het transport van neergestorte geallieerde vliegers naar België. Deze familie is ook de eerste geweest die, op 11 september 1944 de allereerste Engelsen voor een hele korte tijd bij hen in huis, mocht begroeten.
In de jaren '50 was het: Hotel, Café, Restaurant "Benelux". Die naam heeft het gekregen toen de BENELUX tot stand kwam. In die tijd werd het ook wit geschilderd. Het is ook een "Bondscafé" geweest en er was een Rode Kruis post gevestigd.
Op een oude prentbriefkaart staat er zelfs een benzinepomp voor de deur.
In 1965 komt er een nieuwe caféhouder, Van Weert, die tot dan het café "Het Wit Perd" op de Luikerweg (aan de kruising met de Kromstraat en den Deelshurk) had bemand. Dit café werd afgebroken en hij nam de naam mee.
De mooie veranda is in de loop der tijd verdwenen, als ook de naam, en momenteel heeft het weer een eigentijdse "facelift" ondergaan en voert het de naam ""Suykerbuyck"".
Tegenover het café staat een oorlogsmonument, onthuld ( in 1994) door Buchanan Jardin en Jack Brook, de bewuste Engelsen van het eerste uur.
terug naar boven
Burgerplichten
In de ontginningsgebieden van het Brabantse land woonden de boeren / landbouwers vaak in kleine gemeenschappen bijeen (enkele boerenbedrijfjes) en vormde zo de gehuchten of buurten.
Ook het grote heide- en zandgrondengebied rond het huidige Borkel en Schaft kent nog vele buurten zoals: de Achterste Brug, de Hoek, de Kapel, de Beken, de Pee, de Voorste Brug, Klein Schaft, Klein Borkel, het Poterseind, de Achelse Dijk, 't Heike, de Straat en het Wolfsven.
De bewoners in zo'n buurt waren veel op elkaar aangewezen. Daaruit ontstonden als het ware afspraken voor hulp en bijstand. Die werden zo algemeen aanvaard, dat het later burenplichten werden genoemd.
Enkele burenplichten in het verleden waren:
Bij de geboorte:
- Bij de bevalling hielp de baakster, die werd dan bijgestaan door de naaste buurvrouw(en)
- De eerste 1½ dag kwam men helpen om het huishouden te doen. Bv om de oudere kinderen te verzorgen.
Bij het trouwen:
- Na de 1e en 2e afroep (in de kerk) werd er afgedronken. Het bruidspaar schonk dan een vat bier, anders kwam men langs om te “foeperpotten”. Ze werden dan publiekelijk te kijk gezet en uitgejouwd.
- De directe buren kwamen helpen poetsen en bakken voor het feest.
Bij het oogsten:
- 1 mut (100 schoven) ongeveer werk voor een ½ dag, werden opgebonden, daarna werd er geholpen bij het dorsen (met de hand).
- Later kwam er een loonwerker met een dorsmachine “een dorskas”. Hij trok van boerderij naar boerderij en de buren gingen mee om te helpen.
Bij het slachten:
- Ook bij het slachten kwam er hulp van de buren. “Ooit wel zes boeren bij mekaar”zoals op de Voorste Brug.
Bij het verhuizen:
- De buurt ging halfweg de nieuwe buren inhalen.
- Aangekomen werd er dan geholpen met sjouwen “d’n intrek”.
En verder bij het aardappelen rapen, helpen bij de geboorte van een kalf, bij ziekte hulp bieden.
Nu nog zijn in onze omgeving vooral nog levendig en min of meer van kracht: de burenplicht (hulp) bij het overlijden van iemand uit de buurt.
Die taken kunnen zijn - zo de nabestaanden dit wensen - in:
- Het aanzeggen van het overlijden in de buurt;
- Het luiden van de klok (contact opnemen met de pastoor)
- Graf delven
- Voor uitvaartdienst luiden
- Kist dragen
- Collecte houden en bidprentjes uitdelen
- Luiden van de klok bij gang naar het kerkhof
- Graf dichten
- Daar, waar nodig, de familie helpen en bijstaan
- Geld inzamelen in de buurt voor bloemen en misintenties
Tegenwoordig worden nieuwe bewoners met versiering rond het huis welkom geheten; ook wordt aandacht besteed bij geboorte van een kind.
Borkel en Schaft kent vele buurtschappen: zie adressen bij verenigingen.
terug naar boven
Volkslied van Borkel en Schaft
(melodie: Cherio in holland daar zingen ze zo).
Refrein: Tussen beemd en bij ven,
in schaduw van eik en van den,
troepen de huiskes tot buurten bijeen,
en al die gehuchtjes die voelen zich één,
daar wij trots zijn naar Brabantse trant,
op d’adel van de boerenstand,
op boer en boerinnen, hun grote gezinnen,
de trots van ons Brabantse land.
1. Wegverscholen in lommer van bomen en bos,
ligt als ‘n diamant,
‘t heerlijke dorpke Borkel en Schaft
verloren in ‘t Kempenland;
boerenhuiskes die troepen in buurten bijeen
midden in veld en in wei;
hoog boven alles steekt trots onze kerk,
z’n torentje hoog in de wei;
‘t rivierke stroomt kabbelend en klaterend voort,
‘t molentje draait rustig rond
en zwaluwen zwieren en blij tierelieren
de vogels in ‘t lover rondom.
2. Als guirlanders doorkruisen de buurten de streek,
van Malpie tot Barrier,
hier strooide God het natuurschoon uit
met kwistige hand en met zwier;
In de Beken, de Pee, op de Achterste Brug,
‘t is overal zo schoon:
Voortste Brug, Klein Schaft, de Hoef en Kapel
steken elkaar naar de kroon;
en Klein Borkel, het Poterseind, de Achelse dijk,
‘t Heike, de Hoek en de Straat:
‘t is alles een weelde, waar God hiermee speelde,
waar je ook kijkt of ook gaat.
3. Hier heerst eenvoud en gulheid en hartelijkheid,
vormen een hechte band.
Godsdienstzin uit zich hier kinderlijk schoon,
naar oude Brabantse trant.
En gebruiken van honderden jaren geleen
blijven bij ons in eer
Gilde en Rijdans en Boogschutterij
Paardensport en zoal meer.
Iedere zomer is hier ook dat echt boerenfeest
tussen hooi en de oogst:
dan wordt ongedwongen
de vreugd uitgezongen
omdat dan de Gilde trakteert.
terug naar boven
Wurrum zeggen we
Wurrum zegge we in Börkel en op de Schaft?
Rondgang door Borkel en Schaft in ons eigen dialect.
Ik vraog men eige al 'n tèdje af wanneer we in of op gebruike. We zegge: Ik ben geborre in Börkel en ik woon nouw op de Schaft. En zo is dè ok mee de straote. Ik rij dur de Dörpsstraot mèr over de Klèin Schaft. Ik wil èllie meenèmme dur Börkel en Schaft um te kèèke hoe we straote en plèkskes noeme.
As ge van Valkeswird komt godde over de Lùikerweg en komde in de Berrier. Mèr dan bende al te wèèd. Efkes vurbè 't Wit Perd, wa nouw 't Heertje hèt, kande rèchs af en dan komde in de Beeke of op Klèine Börkel. Mèr bende mee de fiets dan godde over d'n Bergèksedèèk, de Beekeweg en over Klèine Börkel wir trug en dan bende dur de Beeke geweest.
As ge op de Lùikerweg ner links gaot komde in de Dörpsstraot en dan kande links de Aaw Dörpsstraot in. Rèchs komde in d'n Hoek en ge gôt over de Kapelweg en dan komde op de Kapel en nog verder dur kornde op de Hoef en op de Vurste en Aachterste Brug. Dè hèt nouw allemal Hoeverdèèk. Die mense daor wone op de Hoeverdèèk, op 't Kapellerpad, op de Bùitehèi-j, op de Groesdèèk, mèr pas op in 't Murtelke. Ge fietst overal over, alleen ge fietst dur 't Murtelke, tenminste as de zandweg niet te los is, anders moete loope, of ie kan ok te nat zèn en dan kande pôtje baoi-je.
Bruggerdèèk
Stèkte daor de Lùikerweg wir over dan zitte in de Berkheuvels en iets verder dur in de Maoij. Drij-de hier um dan godde dur de Maoij, dur de Berkheuvels, dur 't los zand of dur ‘t slèèk trug ner 't dörp. In de Dörpsstraot kande rèchs af over de Bruggerdèèk dur de Sportparkdreef en dur de Beugelstraot. Dan godde’n blökske um, dur de Krùisboogstraot en dan dur de Sportstraot. Mèr ge wônt op de Bruggerdèèk en in die andere straote. Dan komde op 't kerkplein, het Mgr. Kuijpersplein, dur kande ok over rij-je. Links wone de mense in de Aaw School of in 't Biestven. De miste straote hedde nouw gehad. De Korteweg nog, mèr dur kende niet dur rij-je en ik weet nie of ge op, in of an de Korteweg wônt.
Nouw komde op de Schaft. Rèchsaf komde op de Schafterèkker, dur rij-jde over en dan komde in de Pee en ge gôt over de Peedèèk en dan bende dur de Pee geweest. Dan kande linksaf over de Grensweg over de Klèin Schaft en de Schafterdèèk, dur 't Potersend. En ze wone hier op de Grensweg-Klèin Schaft en Schafterdèèk, mèr in 't Potersend. As ge wilt kande over de Abdijweg ner de Achelse Klùis. In 't Wolfsven wone ok nog mense mèr dur kande niet dur rij-je umdè 't 'n dôôdlôpende weg is. Wir op de Mastrichterweg angekomme kande ner Bels of wir ner Valkenswird henne.
Ik hoop dè ik alle straote gehad heb. Mèr wurrum ik 't zô zeg, weet ik nie. Wanneer in of op en wanneer dur (door) of over? As iemes mè dur iet over kan zegge hur ik 't gèèr!
| |
|
| |
Schrijfster:
Mien Kwinten-Evers.
Borkel en Schaft,
lid van heemkundekring “Weerderheem” Valkenswaard. |
terug naar boven
De geschiedenis van de Dorpsraad
De oprichting van de toenmalige Wijkraad houdt nauw verband met onvrede over een bepaald feit.
We schrijven september 1970.
Voor de bewoners van Borkel en Schaft was er tot dan toe geen huisvuilophaaldienst!
Daarom was er een afspraak met de enige politieman (en boswachter), de heer Wijnen, dat het huisvuil op één bepaalde plaats door de bewoners gestort zou worden, dit om te voorkomen dat overal in de bossen huisvuil gedropt zou worden.
Plotseling werd de vuilstortplaats gesloten, zonder dat er een ophaaldienst voor in de plaats kwam. Op dat moment ontstond er grote boosheid en verzet. Het was de druppel die de emmer deed overlopen!
Want de bewoners vonden al veel langer dat ze niet serieus werden genomen; dat ze van het kastje naar de muur werden gestuurd en dat ze – om het in agrarische termen weer te geven, “aan de achterste mem” hingen. Daarnaast waren de bewoners van mening dat daar waar de gemeente hen, net als de bewoners van Valkenswaard, baatbelasting voor liet betalen, zij ook gebruik zouden moeten kunnen maken van de voorzieningen waarvoor betaald werd.
In Borkel en Schaft werd op 18 november 1970 een overlegvergadering gehouden waaraan afgevaardigden van alle verenigingen en organisaties deelnamen. In deze vergadering werd unaniem besloten om de: “Wijkraad Borkel en Schaft“ op te richten.
Toegelicht wordt dat de gemeentewet eind jaren '60 was gewijzigd en het mogelijk maakte dat Wijkraden werden ingesteld.
Toch duurde het nog tot eind 1974 voordat de Gemeenteraad van Valkenswaard de verordening vaststelde.
In deze verordening zijn een aantal zaken geregeld zoals: de doelstelling, de samenstelling, de zittingsduur, de wijze waarop de verkiezingen moeten plaatsvinden, etc.
Na gehouden verkiezingen, die plaats vonden volgens de beginselen van de kieswet, werden in januari 1975 de 13 gekozen leden door burgemeester Van Zwieten geïnstalleerd.
In de eerste jaren heeft de toenmalige Wijkraad zich sterk gemaakt voor de aanleg van o.a. aardgas, riolering, de straatverlichting, het dorpsplein, het nieuwe sportpark, de vernieuwing/verbreding van de Hoeverdijk, de bouw van ouderenwoningen, de bouw van de nieuwe basisschool en de gymnastiekzaal, alsmede de realisatie van de bouw voor Jong Nederland.
In haar bestaan heeft de Wijkraad éénmaal een kritieke periode meegemaakt toen de ruilverkaveling aan de orde kwam. Mede als gevolg van door de gemeente voorgestane partijvorming bij de verkiezingen, ontstonden hierdoor grote interne meningsverschillen.
Bij latere verkiezingen voor de Wijkraad is de lijst/partijvormingen losgelaten en zijn de verkiezingen politiek onafhankelijk en is de wijze van kiezen puur persoonsgericht.
De Wijkraad kent thans 9 leden die strikt volgens de beginselen van de kieswet door de eigen bevolking voor een periode van vier jaar wordt gekozen.
De verkiezingen worden tot nu toe gehouden tegelijk met die voor leden van de Provinciale Staten.
De kiesgerechtigde inwoners van Borkel en Schaft brengen hun stem uit voor de gehele samenstelling van de Wijkraad. Dat wil zeggen: iedereen stemt op 9 kandidaten. Om te bereiken dat een echte keus kan worden gemaakt wordt er naar toe gewerkt dat het aantal kandidaten waaruit gekozen kan worden het aantal van tien overtreft.
Naast de reeds hiervoor genoemde activiteiten van de Wijkraad in de jaren ‘70 en ‘80 zijn daarna o.a. gerealiseerd de aanleg van kabel TV voor de kernen van zowel Borkel als Schaft, verbetering van de verkeersveiligheid door de herinrichting van de Dorpsstraat en de rotonde op de Maastrichterweg, het in gebruik stellen van de molen Sint Antonius Abt en de aanleg van een heemtuin en jeu de boulesbaan bij de molen.
In 1999 werd een Toeristisch Info Punt ingericht en kon woningbouw worden geëffectueerd.
Niet alle activiteiten waren succesvol. Zo bleek de uitbreiding van het busvervoer onvoldoende te worden gebruikt zodat de extra diensten weer werden gestopt.
De realisering van een steunpunt voor ouderen - hoewel het plan volledig voldeed aan de provinciale eisen waarvoor een belangrijke subsidie was toegezegd - moest worden ingetrokken!
In de jaren rond de eeuwwisseling heeft de Wijkraad Borkel en Schaft op verschillende manieren gepromoot. Dit gebeurde onder meer met het aanbrengen van sfeerverlichting rond het Mgr. Kuijpersplein in de kerst- en nieuwjaarsperiode en het presenteren van de eigen vlag voor Borkel en Schaft. Deze vlag werd gesierd met een door de Hoge Raad van Adel in 1818 toegekend wapen, bestaande uit een schild van lazuur, beladen met een ploeg van goud. De ploeg staat als symbool voor de landbouw, waar de meeste inwoners eertijds hun belangrijkste middel van bestaan in hadden. Tevens werd het volkslied van Borkel en Schaft met z’n prachtige tekst en de beleving van destijds opnieuw uitgebracht. Dit alles was bedoeld om de identiteit en zelfbewustzijn van ons dorp te versterken.
In 1996 zijn in gezamenlijkheid van Wijkraad, besturen van verenigingen en in een algemene openbare wijkraadvergadering met de bewoners de leefbaarheidaspecten voor Borkel en Schaft vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft de Wijkraad het provinciaal bestuur opgeroepen en daarvoor suggesties gedaan, om te komen tot een provinciale dorpendag die op 4 oktober 1997 en vervolgens weer op 13 november 1999 zijn gehouden in het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch.
In het begin van deze eeuw werd van de kant van de Wijkraad aangedrongen op de bouw van woningen. Deze bouw werd noodzakelijk geoordeeld om jonge mensen de kans te geven zich in onze kern te kunnen vestigen. Op deze manier zou de gemiddelde leeftijd omlaag kunnen worden gebracht en met succes kunnen worden ingezet op behoud van basisschool en kinderopvang.
Na het millennium werden verschillende tastbare resultaten geboekt. Zo werd de aanleg van een rotonde op rijksweg 69 nabij de Bergeijksedijk gerealiseerd, alsmede de aanleg van een fietspad langs de Bergeijksedijk. Bijzonder en belangrijk was de realisatie van het Dorpshuis, voorzien van een medische ruimte en een peuter-speelzaal.
Met hulp van de Wijkraad werd er in 2004 een buurtbusvereniging opgericht, die een verbinding ging onderhouden tussen Achel, Borkel en Schaft, Valkenswaard, Waalre en Veldhoven.
Om de communicatie met het electoraat te verbeteren werd in 2002 het eerste Informatiebulletin van de Wijkraad uitgebracht. In dit bulletin wordt verslag gedaan van de belangrijkste activiteiten van de Wijkraad en wordt tevens nader ingegaan op belangrijke gebeurtenissen voor ons dorp.
In 2007 werd de naam van de Wijkraad gewijzigd in Dorpsraad. Daarnaast werd er een convenant bekrachtigd dat de relatie regelt tussen de Dorpsraad enerzijds en de Raad en het College anderzijds. De mogelijkheid om gevraagd en ongevraagd advies aan Raad en College te mogen uitbrengen is een uitvloeisel van de ernst die het gemeentebestuur toekent aan burgerparticipatie. Dit convenant vervangt de verouderde verordening.
Begin 2009 kende de Raad voor het eerst een eigen budget toe aan de Dorpsraad. Dit budget maakt het voor de Dorpsraad mogelijk zelf kleinschalige projecten te kunnen uitvoeren. De toekenning kan worden gezien als een nieuwe mijlpaal in het ontwikkelingsproces van de Dorpsraad.
Om de communicatie met de achterban te intensiveren werd in 2009 de site van de Dorpsraad geïnstalleerd.
Tevens werd besloten dat de eerste tien starterwoningen aan het Biestven zouden worden gebouwd.
De Dorpsraad overlegt regelmatig met leden van het College en met BenW in zijn volledige samenstelling en onderhoudt contacten met de verschillende fracties uit de Raad. Deze contacten en de hiermee gepaard gaande uitwisseling van denkbeelden worden steeds belangrijker. Enerzijds omdat de Dorpsraad op deze wijze beter kan optreden als een raad die optreedt als een verlengde van de gemeenteraad, anderzijds omdat het College en gemeenteraad beter zicht krijgen op datgene wat leeft in onze kern en mitsdien ook beter op bestaande wensen kan inspelen.
In 2010 vond voor het eerst in het bestaan van de Dorpsraad een gesprek plaats met het management van de gemeente Valkenswaard. Deze contacten zullen er ongetwijfeld toe bijdragen dat het tussen de Dorpsraad en het College overeengekomen convenant zowel naar letter, maar zeker ook naar de geest zullen worden nageleefd.
De bevolking wordt eenmaal per jaar uitgenodigd voor een openbare Dorpsraad-vergadering die in het algemeen goed bezocht wordt. In deze vergadering legt de Dorpsraad verantwoording af over het gevoerde beleid en stemt af welke onderwerpen voor de navolgende periode aandacht vragen.
Elke maand houden de leden van de Dorpsraad een reguliere vergadering om de voortgang van de projecten te bespreken.
terug naar boven |